Taalmail van taaladviseur Ruud Hendrickx op VRT bestaat 20 jaar

‘Anciens herinneren zich nog goed die blauwe envelop in hun postvakje’

Uit het weekblad De Serrist van donderdag 19 november 2020

TAALBELEVING

Al twintig jaar publiceert Ruud Hendrickx zijn Taalmail. Meer dan twintigduizend abonnees ontvangen wekelijks oefeningen, nieuws en advies rond taal. Zorgvuldig gekozen door de taaladviseur die ook wel heel bijzondere voorgangers had in dat huis van vertrouwen aan de Schaarbeekse Auguste Reyerslaan. We rakelen hier niet heel die historie op. Maar zou hij de prehistorie van onze publieke omroep goed kennen? Waarschijnlijk wel. Dan weet hij toch dat ooit een hond die goed Nederlands kon praten op het Vlaamse scherm verscheen? Ook weet hij toch dat oud-journalisten nu nog sidderen en beven als ze denken aan die beruchte blauwe envelop die ze kregen van zijn voorganger?

NEDERLANDS

In 1963 begonnen ze aan hun avontuur en vijf jaar later was het dat nog. Het was toen zelfs een gewaagd of stoutmoedig plan om de Vlaming dagelijks taalles te geven langs zijn vertrouwd tv-kanaal. Op dat Brussel-Vlaams verscheen toen dagelijks een vrolijk drietal en een trouwe viervoeter. Mekkie heette die pratende teef op de beeldbuis, en ze was de blaffer van een Leuvense professor. Die legendarische Joos Florquin wou de Vlaming verzorgd Nederlands laten praten. Een toen niet te onderschatten opdracht. In 1968, na vijf jaar uitzendingen, zei hij daarover in het weekblad Humo: ‘…of er veel veranderd is, durf ik niet beweren’. Al was het een waagstuk, de taalgeleerde was toen toch niet aan zijn proefstuk toe. Al in 1957, vier jaar na de start van de Vlaamse tv, was hij begonnen met Ten huize van. Een praatprogramma over een bekende Vlaming of illustere Nederlander, die in zijn eigen woning werd geïnterviewd. Vragensteller Florquin bivakkeerde daarvoor drie dagen in het huis van de geportretteerde, om de opnames met zijn cameraploeg in te blikken. Zo ondervraagde de hoogleraar een indrukwekkend aantal voorname personen, en er verscheen een reeks boeken met die gebundelde gesprekken. De tv-reeks werd stopgezet, na Florquins overlijden in 1978, en in de jaren 1990 en in 2003 namen twee andere vragenstellers de draad weer op. Kortom, geen onervaren tv-maker, die Joos Florquin. Voor zijn ‘Hier spreekt men Nederlands’ kon hij van bij het begin rekenen op zijn twee universiteitsassistenten, Annie van Avermaet en Fons Fraeters. Zij speelden goed mee met hem en boden hem weerwerk, van tijd tot tijd. De filmopnames gebeurden in het mooie huis met grote tuin van de professor. Dat zijn Mekkie ookNederlands sprak, vonden de kijkers naar het schijnt maar een zwak troefje. Dat staat alleszins in ‘Goedenavond, beste kijkers’, het boek van Ronald Grossey over ‘de televisie in zwart-wit, van 31 oktober 1953 tot 31 december 1970’, in 1993 verschenen bij Standaard Uitgeverij.


Taal betekent plezier en verwondering. Of om het ook met de titel van het boek op de foto van een bezielde lezer te zeggen: De troost van schoonheid. Ook en vooral in deze tijden. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois

MEN

Oudere kijkers, laten we zeggen fitte zestigplussers en energieke ouderen, zullen zich dat dagelijks taalprogramma ‘Hier spreekt men Nederlands’ wel nog herinneren, als ze eens goed en diep nadenken. Tv kleurt niet alleen de dag, maar ook een heel mensenleven. Een man als Ruud Hendrickx werkt trouwens in het spoor van een hele traditie. Onze publieke omroep was al van bij de start bekommerd om de taal van het volk. Gans het volk om het maar zo te zeggen. Een traditie die al ziel en klank kreeg toen de dieren blijkbaar nog konden praten. Sommige beesten waren warempel beter gebekt dan veel Vlamingen. Mekkie, dat beest, die brave herdershond, was zowaar goed van de tongriem gesneden of een echte vlotte prater. Al gaf dat toen geen pas en was de geloofwaardigheid zoek.

Hoewel… Over dat woordje ‘men’ in de titel ‘Hier spreekt men Nederlands’, moet ik nog een persoonlijke anekdote kwijt. Ze is te mooi om ze hier te verzwijgen. ‘Men’ zal dat wel begrijpen of ‘men’ weet niet beter. Die programmatitel vond én vind ik maar niets… Te belerend zeker, ook al keek ik vaak als ik mocht en kon, als opgroeiende jongen, en ik dronk toen al gretig die overvloed aan woordenschat… Maar dat ‘men’? Neen, zeker later vond ik dat maar niets. Meer zelfs, dat was en is ronduit een lelijk en te mijden woord. Wie is ‘men’?, vroeg een befaamde hoofdredacteur van een opinieweekblad me ooit. Zijn én mijn lijfblad Spectator, waar ik zo dolgraag voor schreef en dat in de herfst van 1983 jammer genoeg verdween als onafhankelijk weekblad van Drukkerij Het Volk aan de Gentse Forelstraat. ‘Wie is men?’, herhaalde die treiteraar heel graag, als hij dat toen nog zo vaakgebruikt journalistenwoord ‘men’ in een van mijn artikels zag staan. Ik moest dat schrappen in mijn uitgetikte kopij. ‘Men’ bestaat niet, zei de hoofdopsteller met een heel lange staat van dienst. Hij was een geboren bladenmaker. Trouwens, ooit had hij Humoradio, een samentrekking van ‘humor’ en ‘radio’, groot gemaakt tot Humo. Maar hij had meer wapenfeiten op zijn kerfstok. Daarom ook luisterde ik naar mijn plaaggeest. ‘Men’ is altijd iemand, een hij of een zij, uw broer of uw zus, uw hardwerkende postbode of een goed uitgeslapen onderwijzer. De lezer heeft het recht te weten wie ‘men’ is. Altijd en meteen. Sito presto of onmiddellijk, zonder dralen, snel, terstond, stande pede. ‘Schrijf dat!’ Als hij vanuit het hemelrijk of een warmere plek op mij neerkijkt, weet het opperhoofd van die weekbladschrijvers van weleer wel dat het nog goed kwam met mij. Er dook nooit meer een ‘men’ op in mijn teksten. Afijn, het is maar dat u het weet, en ‘men’ verspreidde het woord en zegge het voort.


Taaladviseur Ruud Hendrickx van de VRT. Foto: VRT – copyright Joost Joossen.

TAALADVIEZEN

Tijd om Ruud Hendrickx voor het voetlicht te brengen of hem ten tonele te voeren. Zijn ex-schoonvader was Eugène Berode (1931-2011), taalcolumnist bij de krant De Standaard en de allereerste taaladviseur van de Vlaamse publieke omroep BRT. Berode was de man van wie veel omroepmensen ooit wel eens een beruchte blauwe brief kregen. De liefde voor de taal kwam niet altijd van twee kanten. Berode gaf een andere, eigen betekenis aan het spreekwoord ‘een blauwtje lopen’, wat oorspronkelijk betekent dat iemand niet kreeg wat hij verwachtte of afgewezen werd in de liefde. Wie haar niet beminde, zoals het hoorde voor een BRT-medewerker, die taal, onze taal, ontving Berodes taalwenken in een blauwe envelop. Vandaar… Of waren het berispingen? Als bijvoorbeeld Johan De Ryck zulke brief zag liggen, wist hij al hoe laat het was. Spreekwoordsgewijs dan toch. De Ryck is nog maar sinds 1 september 2018 met pensioen, na drie decennia radiojournalistiek bij BRT(N) en VRT. Nu durft hij Ruud Hendrickx, Berodes opvolger, zelfs een heel brave noemen. Zeker als hij hem vergelijkt met een bolleboos als Berode. Een bolleboos is een baas, iemand die heel uitmunt, die heel goed kan leren.

Ledenaar en oud-collega De Ryck herinnert het zich allemaal nog als de dag van gisteren. Zoals ik me ook die twee van zijn laatste nachten op de nieuwsdienst van de VRT herinner, toen het buiten zo heet was en zinderde, er een vos langs de parkeerplaats sloop, en het daarbinnen zo gekoeld en… zelfs cool was nadat de radiotechnicus de overgebleven snoepjes en drankjes van ‘die van de sportverslaggeving’ had bijeengezocht om ons ermee te trakteren. ‘Die krijgen heel wat en hebben altijd veel over’, zei hij grijnzend. Johan De Ryck, de voormalige radiojournalist die voor ander taalgebruik ooit ook eens op de vingers werd getikt, ken ik al jaren. Daarom wou ik wel eens weten, hoe die gevreesde of verguisde blauwe brieven en hun briefschrijver overkwamen op een onschuldige en ijverige verslaggever. Iemand die taal kneedt en bewerkt als een edele smid die niet terugschrikt voor het meest helse vuur of een pottenbakker die de vetste klei aankan? Iemand die alleen maar elke dag trots en bescheiden kon zijn omdat hij onze taal, zijn moedertaal, mocht aanwenden, laten horen en employeren, om nieuwsberichten te maken en voor te lezen voor zijn studiomicrofoon?

Kortom, voor iemand die wist dat taal heel het volk is… of kan zijn? Johan De Ryck: ‘Toen ik in 1989 bij de BRT begon, werd ik nog opgeleid door Eugène Berode en Karel Hemmerechts.’ Hemmerechts was destijds bestuursdirecteur informatie. ‘Een volstrekt overbodige functie, alleen in het leven geroepen om de tjeven ook een postje te gunnen aan de top van de nieuwsdienst. Tv was rood, radio was blauw. Beide heerschappen waren berucht om hun blauwe brieven. Dienstenveloppes met hun scherpe commentaren op taalfouten, die journalisten op antenne hadden gemaakt. Ik heb er ook zo een paar gekregen. Meestal zeer terecht.’ In vergelijking met Berode en Hemmerechts, is de huidige taalraadsman… een heel brave jongen, een watje, besluit Johan De Ryck.


Radiojournalist Johan De Ryck in de radiostudio van de nieuwsdienst, tijdens een van zijn laatste nachten op de VRT: 7 juli 2018 om 02:38 uur, toen ik erbij was.
Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

TAALMAIL

Toen professor Joos Florquin in 1963 met zijn ‘Hier spreekt men Nederlands’ begon, had hij volgens Ronald Grossey ‘een aantal troeven in handen’. ‘Zijn eerste troef was een kleine traditie waarop hij kon terugvallen. Karel Hemmerechts, die als taalcorrector probeerde alle BRT-medewerkers keurig Nederlands te laten spreken, had in de jaren ’50 samen met zijn Nederlandse collega van de NTS J.A. De Ridder Onze Arme Rijke Taal, het eerste teletaalprogramma, gepresenteerd.’

Wat nu, een half mensenleven later, met Ruud Hendrickx? Die speelt met andere kaarten: ‘Anciens van de omroep herinneren zich maar al te goed dat ze soms een blauwe envelop in hun postvakje vonden. Die brief deed hen sidderen en beven: een taalopmerking van Berode, mét afschrift aan de leidinggevende. Ik vond dat je taalopmerkingen waar iedereen iets aan heeft beter ook aan iedereen kunt bezorgen. Zo ben ik op het idee gekomen om geregeld taaltips rond te sturen’. Hendrickx gaat niet als een betweter te werk. Hij had al vlug zijn lesje geleerd, zeker? Zijn Taalmail was nog maar enkele maanden oud, of er was al grote opschudding op de VRT. Waarom zoveel kabaal? In zijn Taalmail 11 had Ruud Hendrickx geschreven dat ‘kraam’ een de-woord is. ‘Zo voelde de geboren Tienenaar dat ook aan. Alleen bleek twee derde van Vlaanderen ‘het kraam’ te zeggen en kan het ook volgens de woordenboeken. Dat heeft Ruud mogen horen. ‘Het kraam’ krijgt hij twintig jaar later nog altijd niet over zijn lippen.’ Zo staat in een persbericht van de VRT. Overigens geheel terzijde: Eugène Berode zag ook in Tienen het levenslicht.


Ik had ook oog voor dit hoekje met woordenboeken en andere taalboeken, toen ik een nacht doorbracht op de nieuwsredactie van oud-collega Johan De Ryck.
Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

VERWONDERING

Verwondering en plezier, dat mogen de lezers van de Taalmail al ruim twintig jaar verwachten. De taalopmerkingen zijn voor iedereen. Maar het doel van de Taalmail is toch in de eerste plaats een taallijn uit te zetten voor de VRT-medewerkers. ‘In het Taalcharter staat hoe de VRT met het Nederlands omgaat. Daarin staat bijvoorbeeld dat de VRT aantrekkelijke en heldere standaardtaal gebruikt die rekening houdt met het publiek.’ In de Taalmail wijst Ruud Hendrickx daarom op regelmatig gemaakte fouten. ‘Soms signaleert hij ook stijlkwesties, dat sommige formuleringen bijvoorbeeld te informeel zijn voor een journalistiek verslag’, zo staat nu in een persbericht van de VRT. ‘Lezers schreven me dat ze de Taalmail als een spelletje zagen en zelf op zoek wilden gaan naar de fout of de fouten in de zin’, zegt Hendrickx. ‘Daarom staan de opdrachtzinnen sinds 2008 ook apart, bovenaan de Taalmail, en zie je niet meteen de oplossing. Sinds een paar jaar voeg ik er ook taalnieuws aan toe. Taal is niet alleen een kwestie van fouten, maar vooral een bron van verwondering en plezier. Dat wou ik ook in de Taalmail laten zien.’


Johan De Ryck herleest de nieuwsberichten die hij die nacht heeft opgesteld om ze daarna elk uur in het radiojournaal voor te lezen. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

INSPIRATIE

Waar haalt Hendrickx zijn inspiratie voor de taaloefeningen? Die moet hij niet ver zoeken: ‘Elke oefenzin uit de Taalmail is op de VRT geschreven of gezegd. Alleen pas ik de zinnen een beetje aan. Het is niet de bedoeling om een collega te kijk te zetten of op elke slak zout te leggen. Ik signaleer ook vooral iets dat ik vaak hoor of zie terugkomen’. Kan de taaladviseur een record verbeteren of breken? Best mogelijk, al is dat niet zijn doel. Abonnees van zijn Taalmail reageren af en toe op een bericht. ‘Abonnees willen meer dan toelichting. Anderen wijzen me er soms op dat ik een andere fout over het hoofd heb gezien. Zo hebben verschillende mensen me erop aangesproken dat ik een record ‘verbreken’ had laten staan. Het is een record ‘verbeteren’ of ‘breken’, maar niet ‘verbreken’.

Ruw geschat heb ik zo’n 1.500 reacties op de taalmails gekregen. Als je dat over twintig jaar bekijkt, valt dat goed mee.’ Onder de abonnees van de Taalmail, die al lang niet meer alleen voor de VRT-medewerkers is bestemd, zitten zeker veel scholieren en studenten. Ruud Hendrickx glimlacht: ‘Ik heb weet van een docent die de taalmails bundelde als examenstof. Toen een van zijn studenten me dat vertelde, heb ik me verontschuldigd voor het aangedane leed. Er zijn natuurlijk ook veel gewone taalliefhebbers die zich op de Taalmail geabonneerd hebben. Jaarlijks zien we er daar vijf-, zeshonderd van op onze taalavond. Helaas kan die wegens corona dit jaar niet doorgaan’.


De school is uit… Ook scholieren en studenten zijn abonnees van de taalmail van Ruud Hendrickx. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Corona of niet, Ruud Hendrickx blijft taalmails maken. Abonneren op de Taalmail, kan op de webstek van VRT Taal: vrttaal.net.

Jean-Pierre Dubois
wetenschapsjournalist
documentairemaker
Science Press vzw

(NADRUK OF OVERNAME VERBODEN)