Kijken en zien: het ene schaap is het andere niet

Uit het weekblad De Serrist van donderdag 23 september 2021

Onze fotograaf observeert wel vaker dieren. Vlak bij zijn parkje met de witte haan, bijvoorbeeld. Daar staat soms een groot aantal schapen. Hoezo? In Gent gaat een herder sinds 2010 met zijn kudde op stap, van mei tot in september. Zijn wollige grazers schakelt de Stad Gent in om een deel van de Gentse bermen en taluds langs waterlopen te onderhouden. Schapen zijn een goed alternatief voor grasmachines op moeilijk bereikbare plaatsen, zeggen ze in Gent. Die wollige grazers werken bovendien op een milieuvriendelijke manier. Ze eten al het gras op en laten geen maaisel achter. Ook geven ze insecten, amfibieën en andere kleine beestjes de kans om te ontsnappen. Ze verspreiden plantenzaden in hun mest en in hun vacht. En ze zorgen voor variatie in de begroeiing, omdat ze hier wat korter grazen en elders wat langer. De Gentse groendienst geeft op de webstek van de stad nog meer uitleg: ‘Regen en wind houden de schapen niet tegen. Ze grazen overdag en gaan iedere avond naar een nachtweide. Daar krijgen ze te drinken en kunnen ze rustig herkauwen. De herder kijkt de hoeven na en geeft zijn schapen alle verzorging die ze nodig hebben.’ Kortom, geen betere dieren dan schapen… Maar het ene schaap is inderdaad het andere niet, zoals Jean-Pierre Dubois onlangs kon zien.

Ze staan er niet elke dag, maar als ze er zijn is het toch een hele belevenis. Schapen brengen leven in die buurt. Toen ik hen zag, stonden ze op deze oude Bijlokesite. Sinds 1980 is dat een beschermd stadsgezicht. Zo goed als elke Gentenaar weet dat de Bijlokesite een plek is met veel geschiedenis. Meer dan zevenhonderdvijftig jaar was die plek een centrum van ziekenzorg. Dat is ook nu nog aan de monumentale gebouwen te zien. Voor mij is het ook nog om een andere reden een bijzondere plek: half februari 1979 overleed mijn grootvader in het oude Bijlokeziekenhuis. Nu is er geen ziekenhuis meer. Sinds 1982 is het verhuisd naar nieuwe gebouwen, dicht bij de Watersportbaan. Bijloke? Dat is een plaatsnaam die verwijst naar een besloten of omsloten gebied, moerassig door de ligging te midden van het aangeslibd land aan de oevers van de rivier, de Leie. Vlak bij de Bijloke stroomt nog altijd die Leie. Trouwens, ik zag het levenslicht in een voormalige school voor vroedvrouwen aan die stroom. ‘Ratten uit de Leie, trippelden door de ziekenzaal en ik zette mijn bed met jou erin daarom vaak op de gang’, vertelde mijn moeder over de eerste dagen na mijn geboorte. Ook daarom is het daar memorabel gebied, dus. Maar, de Leie-arm die het huidige Gentse centrum van zuid naar noord doorkruist, is niet de Leie van lang geleden. De mens heeft die waterloop rechtgetrokken. Vroeger stroomde de Leie meer kronkelend en onregelmatig. Ze doorkruiste de Bijloke overdwars of diagonaal. Het Bijlokevaardeken, bewaard als een smalle overdekte watergang, is vermoedelijk een overblijfsel van een verdwenen Leie-arm. Intussen staan de schapen nog schaapachtig schaap te zijn. Die groene bult op de foto? Dat is een van de twee schuilkelders, die nu nog op de site te zien zijn. De Duitse bezetter gebruikte de Bijloke als militair hospitaal. In 1942 liet hij een aantal schuilkelders bouwen bij het ziekenhuis. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Een geoefend fotograaf is eerst en vooral een aandachtig kijker. Een waarnemer of toeschouwer. Af en toe hoor ik belgerinkel, maar ik hoor of zie geen herder en geen herdershond. Toch is dit een kudde met alles wat erbij hoort… Plots trekken twee dieren mijn aandacht. Ze staan of liggen immers niet bezig, zoals de overige dieren. Blijkbaar hebben ze meer belangstelling voor elkaar dan voor het lekkere gras. Ze draaien voortdurend om elkaar heen. Wat zou er aan de hand zijn? Foto:copyright Jean-Pierre Dubois.

Opnieuw hoor ik de bel. Ik zie ze ook, om de nek van een van de dieren. Is dat ook een schaap of is het een ram? Een mannetje dat baas speelt over de kudde en elk dier in de gaten houdt? Pas thuis zal ik het opzoeken en aan de weet komen. Nu zie ik dat het linkse schaap er niet op haar gemak staat. Dat zie je aan haar hele lichaamshouding. En ze staat er alleen voor. De overige schapen blijven rustig eten. In de verte liggen er wel twee te rusten na al hun gegraas. Schapen zien trouwens niet ver, ongeveer een halve meter. Een mens herkennen ze aan de lichaamsgeur. Ha, besef ik thuis: dat schaap met de bel is de belhamel. In het woordenboek staat dat een belhamel een baldadig kind is. Stout, dus. Een deugniet of haantje-de-voorste. Standaardwerken over de oorsprong van woorden, geven mij een scherper beeld van de oorspronkelijke en concrete betekenis van het woord belhamel. Een belhamel was én is duidelijk meer dan een deugniet, een opruier of een baldadige jongen. Het woord hamel leidt ons naar een mannelijk schaap: een ‘gesneden’ ram. Een gecastreerde ‘hamel’ of ram is een rustiger dier. Hij wordt daarom gebruikt als de leider van de kudde. Daarvoor krijgt hij een bel om de nek. Vandaar: belhamel. Want, ‘belhamel’ betekent ‘de hamel die met een bel om de nek leidt’. En waar komt het woord ‘hamel’ dan vandaan? Ik citeer uit een boek: ‘Een hamel is een gesneden ram en het woord hangt dan ook samen met een woordbasis die snijden betekende en waarvan ook het woord hamer is afgeleid. Een hamer was oorspronkelijk een snijvoorwerp, pas later een klopvoorwerp. De eigenlijke betekenis van het later als zelfstandig naamwoord gebruikte bijvoeglijke naamwoord hamel is dan ook: (de) verminkt(e).’ Aldus uitleg op http://www.etymologiebank.nl (en in boeken over woordoorsprong). Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.