Kijken en zien: op weg langs de stroom

Uit het weekblad De Serrist van donderdag 4 maart 2021

Maandag 1 februari 2021 ging Jean-Pierre Dubois op reportage in Wetteren. Toen bleef hij in de kern van die groene gemeente in Oost-Vlaanderen, op een zucht van Gent. Maar er liggen daar ook veel natuurgebieden en bosrijke plekjes. Tijd voor een wandeling, op een oever of op een breed pad langs de Schelde. Voor onze waarnemer was het een frisse nieuwe ervaring, omdat hij toch niet vaak zulke gebieden bezoekt. Op het eerste gezicht lijkt het alsof werkelijk iedereen op de been is. Inderdaad, veel mensen (her)ontdekken dat bewegen gezond is voor lijf en geest. Niettemin blijven velen toch nog vooral binnen of heel dicht bij hun woning. In de openlucht, is het ook nu goed voor iedereen. Onze verslaggever was onderweg, als een waarnemer langs de stroom. Deze fotorubriek verschijnt ook op deze webstek.

In Wetteren is de Schelde nooit ver weg. De linker Scheldeoever is door een brug verbonden met het centrum van de gemeente. Maar tussen 1957 en 2018, lag er ook een passerelle voor voetgangers en fietsers. Ze werd gesloopt en vervangen door een indrukwekkende, hoge loopbrug. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Wetteren zet zich op de toeristische kaart dankzij de vele groene wandelgebieden. De Schelde stroomt dicht bij het hoger gelegen centrum. Wie wil genieten van het uitzicht en de frisse lucht, moet niet ver wandelen, lopen of fietsen. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Wetteren wordt ook de groene plantengemeente genoemd. In 1847 verschenen boomkwekerijen op de Boskantse heide, en later was er zelfs export tot in Japan. Wetteren werd al vroeg in de negentiende eeuw geïndustrialiseerd. En zelfs nog vroeger, want die industrialisatie begon in 1778 met de oprichting van de Koninklijke Buskruitfabriek aan de linker Scheldeoever. Dat ‘poer’ of buskruit is nog een begrip in de gemeente. In 1799 werd vanuit Wetteren zelfs ‘poer’ uitgevoerd naar Amerika. Ook verscheen er in 1884 een katoenweverij, waar in 1923 vierduizend weefgetouwen stonden en 2.600 mensen werkten. Op de rechter Scheldeoever heb ik een mooi uitzicht op de groene overkant voorbij de nieuwe loopbrug. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Zondag 28 februari 2021 rond 16.00 uur. Er zijn veel mensen te zien. Maar echt heel druk is het niet. Onder de hoge bomen, staat een witte bank met uitzicht op de kronkelende Schelde. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Ik blijf even stilstaan voor enkele foto’s. Ik fotografeer onder meer een drietal met een kinderwagen en twee fietsers. Op de hoger gelegen berm, staan intussen ook enkele wandelaars. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Tussendoor zie ik ook de voorbijgangers en sportieve fietsers op de linker Scheldeoever. Een tweetal draagt een gezichtsmasker. Het is mooi weer voor de renners. Met vaste hand fotografeer ik met mijn telelens. Toch een mooi plaatje? Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Ik blijf ook kijken naar de stroom. In de verte rijden verschillende fietsers. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Ook de oever is fotogeniek. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Het is werkelijk prachtig wandelweer. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

De paden zijn ook voor iedereen geschikt. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Een zondagse wandeling met de kinderen. Zouden zij het ook nog altijd leuk vinden? Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Een telefoto met tegenlicht, maar toch mooi. Drie volwassenen met drie kinderen, samen op stap. In de verte zitten enkele mensen op een bankje. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Op weg naar de Kalkense Meersen, waarvan een deel op het grondgebied van Wetteren ligt. In de Scheldevallei is heel wat moois te ontdekken. Vorige zondag genoot groot en klein er duidelijk van. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Toch wel verrassend mooi, die Scheldevallei? Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Kijken en zien: met een zonnig gevoel

Uit het weekblad De Serrist van donderdag 25 februari 2021

Vorig weekend voelden velen iets kriebelen. Het zonnige weer verschilde enorm van de winterprik van veertien dagen geleden. Weer heeft een enorme invloed op het leven. Wie toch nog vooral wilde binnen blijven, koos daar zelf voor. Wie naar buiten ging, deed dat ook met veel levenslust en vrolijkheid. Het was een vitaminekuur voor velen. De meeste mensen hielden het rustig en deden zeker niets fout. Het was de voorbode van een seizoen, waar iedereen naar uitkijkt: een aangename lente in een ongewoon jaar. Als waarnemer ging Jean-Pierre Dubois nu ook niet ver op reportage. Hij bleef in de wijde omtrek rond zijn woonbuurt in Gent. Twee weken geleden zag hij daar grote en kleine mensen in de sneeuw. Nu legde hij vast, hoe ze daar op en rond de Watersportbaan genoten van de zon. Een spreekwoord dat vandaag zeker bij deze fotorubriek past? Hier zie, daar zie: ‘De lente is de tijd van het jaar wanneer het zomer is in de zon en winter in de schaduw.’

Vlak bij de Gentse Watersportbaan. Voor 1955 was het nog een nat en onontgonnen gebied. Vanaf 1953 werden plannen gemaakt om die Nationale Watersportbaan aan te leggen in het vooruitzicht van de Europese roeikampioenschappen in 1955. Nu is de buurt rond die 2.300 meter lange Watersportbaan een populaire plek met heel hoge en lagere woonblokken, enkele centra met buurtwinkels, veel water en groen, en speelruimte voor kinderen en jongeren. Zondag ging werkelijk iedereen fietsen. Sommigen zelfs met een gezichtsmasker. Naast de rijwegen liggen goede en afgescheiden fiets- en wandelpaden. Maar voor de rotonde moeten fietsers zich even op de gewone rijweg wagen, zoals dit tweetal. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Dit tweetal fietst wel op het mooie fietspad. Zondag was hoogtijd voor de sportieve fietsers en wielrenners. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Drie jongens op hun rolschaatsplank. De voorste jongen moest eigenlijk op de rode fietsstrook blijven. Maar dat lukte niet altijd. De achterste jongen draagt ook hier een gezichtsmasker. Samen onderweg, maar met veel afstand tussen elkaar. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Intussen aan de overkant van de laan: links is een jongen onderweg op zijn terreinfiets met heel dikke banden, en rechts ligt een jong koppel op het frisse gras. Twee weken geleden was dit nog een ondenkbaar tafereel. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Twee jonge lopers op hun loopstrook, naast het fiets- en wandelpad. Dit maakt de omgeving daar zo gegeerd. De twee lopers blijven op grote afstand van elkaar en van de zeldzame voetgangers of fietsers. Zelfs de hardnekkigste deskundigen zouden dit veilig vinden. Rechts in de verte op het bankje, zit een tweetal met een kind in de kinderwagen naar elkaar en naar het water te kijken. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.


Nog twee fietsers in sportkleding en met een helm. Maar ze fietsen wel aan de verkeerde kant van de weg. Daardoor zal de fietser in de verte, noodgedwongen even op de strook voor voetgangers fietsen. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Intussen laat een jongeman zijn kano te water op de plas voor de moderne loods van de Koninklijke Canoclub Gent. Het is 16:29 uur en hoog tijd voor een tochtje in de avondschemering. Links op de oever staat een man toe te kijken. Merkwaardig: de eenzame kanovaarder draagt een gezichtsmasker. Deed hij dat voor die toekijkende man en vergat hij het daarna? Waarschijnlijk wel. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Op een betonpad langs de Watersportbaan. Vader en zoon: elk op een elektrische step, samen onderweg. Er is gezond bewegen en gezond bewegen. Maar samen bezig zijn telt ook. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Hier dient de Watersportbaan voor. Twee van de vele roeiers die ik zondag zag en kon fotograferen. Dit is wel een heel gezonde sport. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Een beeld dat deze coronatijd typeert: bovenaan voor een ingang van een testcentrum voor covid-19 en het grote algemeen ziekenhuis Jan Palfijn, vlak bij de lange Watersportbaan. Op het lichtblauwe spandoek staat een zin: ‘Zulke helden vind je zelden.’ En in de linkerhoek zit een jongeman verdiept in zijn boek, al keek hij ook even om die twee roeiers te volgen. Een beeld dat ik aan de overkant met mijn telelens heb gemaakt. Enkele mensen zitten op de stenen treden. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Ik kon heel veel watersporters fotograferen. Maar dit is een van de unieke plaatjes: bovenaan een kanovaarder en onderaan een roeier. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

De paden langs de Watersportbaan zijn heel erg in trek bij lopers, fietsers en wandelaars. Er is dan ook plaats voor iedereen. Is deze man met zwarte hond een gelegenheidswandelaar of kent hij die plek als zijn broekzak? Af en toe stapte ook een andere voetganger voorbij. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Vrolijk en goedlachs zijn ze wel, die drie roeisters. Zouden ze mij opgemerkt hebben? Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Ik kon veel watersporters fotograferen. Maar dit is zeker mijn beste foto van vorige zondag. Ook een telefoto… Op de flank lees ik: Filippi – Shooting Star – BEL – European Rowing. Vermoedelijk dus wel een ervaren roeier, zoals die roeiers die ik in de lente van 1988 mocht laten filmen voor mijn tv-reportage voor de BRT. Toen ging het om de roeiers voor de Olympische Zomerspelen in Seoul. Nu lijkt deze jongeman ook wel een sportman. Hoe dan ook, hij ging volledig op in zijn bezigheid, zoals alle overige mensen die ik zondag 21 februari 2021 kon vereeuwigen. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Kijken en zien: met zeeën van tijd

Uit het weekblad De Serrist van donderdag 18 februari 2021

Oorspronkelijk was Blankenberge een vissersdorpje met vooral arme vissers, die leefden in de omgeving van de duinen en de zee. Maar van de laatste decennia van de negentiende eeuw tot aan 1914, groeide het stadje uit tot een mondaine badplaats met grote hotels en kleurrijke huizen, ook in art-nouveau- en art-decostijlen. In de winter was in de vele vakantieverblijven geen kat te bespeuren. Maar bij het begin van de zomer, verdwenen de houten luiken voor de ramen en deuren van de villa’s. De rijke binnenlandse gezinnen nestelden er zich weer in met hun huispersoneel. Meneer Henri hield van het salon op de bel-etage. Wat een weelde met de wandschildering in de traphal, de stucwerklijsten op het plafond, het gebrandschilderd raam aan de achterzijde van die hoge zitkamers, en die decoratieve, gemarmerde zuilen. Mevrouw Marie was dol op haar houten vloeren waarop hier en daar een tapijt was geschilderd. Net echt, en toch veel makkelijker in onderhoud dan een stoffige vloerbekleding. Hun zoon, Pierre van negen, kon uren bezig zijn met de bord- en gezelschapsspellen. Dochter Charlotte van zes, bleef zoet met haar levensechte poppen. Rond 1900 beleefden de kinderen van rijke ouders een onbekommerde tijd. Hoe beleefden ze die tijd? Wat waren hun favoriete spelletjes? Met welk speelgoed speelden ze? Welke kleren droegen ze? Met een bijzondere collectie poppen uit een Blankenbergse familie als blikvanger, pakt het Belle Epoque Centrum tot en met zondag 18 april uit met een tijdelijke tentoonstelling: Kindertijd in de belle époque. Donderdag 11 februari ging Jean-Pierre Dubois alvast fotograferen voor een volgende reportage over dat aantrekkelijk expohuis in Blankenberge. Het Belle Epoque Centrum met de vaste en tijdelijke tentoonstelling, is te bezoeken van dinsdag tot en met zondag, van 14 tot 17 uur. Na online reservatie: http://www.belleepoquecentrum.be/tickets. Meer informatie: 050 63.66.40 of belle.epoque@blankenberge.be. Belle Epoque Centrum, Elisabethstraat 24, 8370 Blankenberge.

Er werd jammer genoeg al veel gesloopt. Maar Blankenberge heeft een rijke architectuurgeschiedenis, en veel is er nog te bewonderen. Wie zou niet stil blijven staan voor een prachtige loggia? Een loggia is een galerij of balkon. Die open ruimte aan of in de gevel, was de oogstrelende plek van de vakantievilla’s in de kuststad. Door oude prentbriefkaarten en foto’s, weten we dat Blankenberge tegen 1910 zeker een vijftigtal betegelde loggia’s rijk was. Een loggia was er om te zien en gezien te worden. Het was en blijft het pronkstuk van die vakantieverblijven. Deze Villa Olga is een beschermd monument. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

De rijkelijk versierde gevel van dezelfde Villa Olga. De Blankenbergse vakantievilla’s uit de belle époque, of de periode van 1870-1914, waren heel kleurig versierd. De architecten maakten vanaf eind 19de eeuw meer en meer gebruik van geëmailleerde baksteen. Ook andere moderne bouwmaterialen werden in Blankenberge gebruikt. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

De zeedijk kon ik donderdag 11 februari niet goed fotograferen, omdat de dijk en de hoge appartementsblokken in de schaduw bleven. Geen goed licht voor zulke foto’s. Maar in de verte zag ik de pier van Blankenberge. Hij dateert van 1933, is gemaakt van beton en steekt 350 meter ver in de Noordzee. Die pier is uniek Belgisch erfgoed, dat ook tot ver over de landsgrenzen bekend is. Ik vond dan ook heel lovende beschrijvingen: ‘Nergens anders is de confrontatie met eb en vloed, de uitgestrektheid van de Noordzee en de kracht van de elementen zo intens als op de Belgium Pier.’ Ook op de webstek van Blankenberge, staan lovende woorden: ‘Wist je dat de allereerste gietijzeren pier dateert van 1894? En dat die in 1914 door de Duitsers in brand werd gestoken? In 1933 tenslotte kwam er een nieuwe, betonnen pier die in 2003 een grondige verbouwing onderging. Je geniet hier van een spectaculair zicht in alle richtingen op kust en zee. En ondertussen waait je hoofd leeg.’ Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Nog een gevel met fraaie gevelversieringen, die ik vorige week donderdag heb opgemerkt: onder meer door de prachtige tegels, en de pas vernieuwde ramen. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Ook in de Elisabethstraat, waar het Belle Epoque Centrum is gevestigd, staan kanjers van huizen. In dat centrum herleeft achter drie gerestaureerde gevels zelfs het vakantiegenot van weleer. Iets dat welgestelde families ooit in Blankenberge beleefden. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Vorige week kregen we een winterprik. Twee mannen maken de stoep ijs- en sneeuwvrij, vlak bij het Belle Epoque Centrum. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Na aankomst in het Belle Epoque Centrum: ik fotografeer mezelf mee… Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

In de kelder staan onder meer toonkasten met unieke spellen uit de belle époque. De samenstellers van de tijdelijke expo, kozen die pareltjes uit het Vives SpellenLab in Brugge, voorheen het Spellenarchief. Die collectie omvat meer dan 21.000 verschillende titels van bord- en gezelschapsspellen. De dame kijkt welwillend toe. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

In het salon staan nu veel kindermeubeltjes. Die sierlijke stoelen en tafels, komen uit de fabriek van Thonet. Op een bord lees ik: ‘Al vanaf 1866, dus relatief vroeg nadat ze erin slagen om massief hout te buigen, maakt Thonet meubelen voor kinderen. De firma baseert zich op modellen voor volwassenen.’ Natuurlijk was dit enkel een luxe voor de rijken. Dat blijkt ook uit de verdere uitleg in deze zitkamer: ‘Met de opkomende burgerij is er meer en meer vraag naar kindermeubelen en Thonet maakt steeds wat de markt vraagt. Zo worden er in 1885 maar eventjes 9.839 stuks van de ‘Kindersessel nr 1′ geproduceerd. In de catalogus van 1890 staan er 41 verschillende modellen. Van kinderstoelen tot fauteuils, banken, tafeltjes en schommelstoelen, voor elk wat wils!’ Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Het Belle Epoque Centrum kreeg voor de tijdelijke expo, heel wat erfgoedstukken van families in bruikleen. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Ook op oude foto’s zijn kinderen uit de belle époque te zien. Hier op meubeltjes van Thonet. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Charlotte Hoste, diensthoofd van het Belle Epoque Centrum: ‘Enkele topstukken van onze tijdelijke expo over kindertijd, werden geschonken door Liesbeth De Nys uit Blankenberge. De unieke poppencollectie met bijhorende accessoires, behoorde toe aan haar familie. De collectie werd gerestaureerd door Shirin Van Eenhooghe en vrijwilligers Alberta Van Asbroek en Andrée Verheecke. Dankzij hun inspanningen, is de collectie als het ware terug tot leven gekomen. We zijn zeer blij met deze schenking.’ Alleen al voor die huidige poppencollectie, is een bezoek aan het Centrum meer dan de moeite waard. Groepsbezoeken en geleide bezoeken, zijn nog niet toegelaten. Ziezo, zo kreeg u al een eerste inkijk in dat Belle Epoque Centrum van Blankenberge. De volgende keer, verschijnt een artikel met het hele verhaal van naaldje tot draadje. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.



Kijken en zien: wie zich voorzichtig op ijs waagt…

Uit het weekblad De Serrist van donderdag 11 februari 2021

Fotograferen in de sneeuw? Voor Jean-Pierre Dubois was het maandag al een eeuwigheid geleden dat hij dat deed. Zeker al van de late jaren zeventig. Hij gaat dan ook vooral op stap om foto’s voor zijn artikels te maken. Zelden voor iets anders. ’s Ochtends twijfelde hij nog. ‘Laat ik het bij één foto? Een beeld van iets in mijn woonbuurt? Of ga ik toch gewoon een uurtje naar buiten, en zie ik wel wat het wordt?’ Zien wat het wordt, dat is de kunst als je reportagefoto’s maakt. Er is altijd wel iets dat de moeite loont om vast te leggen. Voor de gladheid, was onze verslaggever wel extra voorzichtig. Vallen is niet zonder risico én vallen met een fototoestel en een fototasje met lenzen, zou helemaal fout zijn. Stappen als een pinguïn, dus… En dat past wel bij een journalist die kan kijken om waar te nemen. Ook deze keer maakte hij van de nood een deugd en bleef hij dicht in zijn Gentse buurt vlak bij de Watersportbaan en de sociale hoogbouw van kort na de Tweede Wereldoorlog. Winterse taferelen. Het blijft de hele week vriezen. Swoi de serrist en sommige lezers, schudden nu al een passende weerspreuk uit hun mouw. Bijvoorbeeld dit gezegde: ‘Als de dagen gaan lengen, gaat de vorst strengen.’ Anders gezegd: het koudste deel van de winter, valt na de kortste dag. Dertien winterfoto’s.

De omgeving rond de Gentse Watersportbaan oogt heel futuristisch. Voor 1955 was het daar nog onontgonnen gebied. Drassig en nat. Vanaf 1953 werden plannen gemaakt voor de urbanisatie van die Neermeersen. Dat gebeurde in het vooruitzicht van de Europese roeikampioenschappen in 1955. Er werd daar toen een Nationale Watersportbaan Georges Nachez gegraven, vernoemd naar een toenmalige socialistische schepen van Gent. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

De Watersportbaan is een plek die ook veel lopers en wandelaars aantrekt. Ze is 2.300 meter lang, 76 meter breed en 2 meter diep. De enorme hoeveelheden grond van de uitgravingen, werd gebruikt voor het ophogen van het dan toe onbebouwd en moerassig gebied. Het is nu een open en groene buurt. Maandagnamiddag trok een moeder haar kinderen op een slee voort. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Een hond met twee wandelaars. Zeg nu nog dat het geen weer is om een hond door te sturen. De hoogbouw voor de Watersportbaan, heeft zeven tot negentien bouwlagen. De appartementsblokken werden gefundeerd op heipalen en zijn opgetrokken uit gewapend beton in een zakelijke, modernistische stijl. In 1988 en later werden ze gerenoveerd en ze kregen toen vooral een moderne buitengevel. Die woonwijk in de hoogte, wordt nog altijd beschouwd als een heel geslaagd stedenbouwkundig project. Dat leverde een ideale modernistische woonstad op met een overvloed aan recreatieve mogelijkheden. Naast de woonblokken verrezen er ook twee winkelcentra, een kleuterschool, een lagere school, een clubhuis voor senioren en vier roeiclubhuizen. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Als het moet, dan moet het. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

De buurt voor de Gentse Watersportbaan. Bijna drieëndertig jaren geleden, in de vroege lente van 1988, maakte ik langs en op die roeibaan met mijn tv-ploeg opnames voor een reportage in het wetenschappelijk actuaprogramma Horizon van de BRT. In die reportage ‘Roeien voor Seoul’, waren de Belgische roeiers te zien, die in 1988 deelnamen aan de Olympische Spelen in Seoul. Aan mijn tv-reportage werkte Goedele Liekens toen mee als coreporter. Ze deed die dag zelfs inspanningsoefeningen in het lab van de meewerkende wetenschappers van de Gentse universiteit. Mij herinnert die enorme plas dus ook nog aan die boeiende draaidag. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Een ondergesneeuwde speelplek vlak bij de woonblokken. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Een meisje trotseert de kou om toch even buiten te spelen. Behendig stapt ze op het besneeuwde muurtje. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Een man krabt de voorruit van zijn wagen ijsvrij. Geen prettig karweitje. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Intussen blijft het kind spelen. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Maandag 8 februari 2021 om 15:48 uur: ik kruis een groepje uitgelaten jongeren. Zo klinken ze toch. Komen ze van school of speelden ze in de sneeuw? Een jongen draagt een houten slee mee op zijn schouder. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Ik ben onderweg naar de Gentse Watersportbaan. Maar eerst zie ik twee spelers: een jongen en een meisje werpen sneeuwballen naar elkaar. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Moeder en kind op de fiets. Wie nu fietst, let beter goed op. Banden mogen niet te hard opgepompt zijn… Met slappere banden, heb je meer grip op de weg. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Ook vlak bij mijn straat, staat een ijskrabster bezig. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Kijken en zien: voor ons geen schreeuwerige krantenkoppen

Uit het weekblad De Serrist van donderdag 4 februari 2021

We leven in een sensationele tijd. Veel veroorzaakt grote opschudding of opwinding. Neem nu die voorzorgsmaatregelen. Wat voor de een tijdelijk heel ‘normaal’ is geworden, blijft voor de ander toch uitzonderlijk en bizar. ‘Van mij moet niemand echter schreeuwerige krantenkoppen verwachten’, zegt Jean-Pierre Dubois. Gematigdheid siert de mens. Als waarnemer blijft hij zich toch verbazen over het gedrag van de mensen. Maandag is voor hem een vaste schrijfdag. Niettemin ging hij ook even op fotoreportage. Met de trein ligt Wetteren immers maar achttien minuten van zijn Gent-Sint-Pieters. Trouwens, de aansluiting op het spoorwegnet in 1837, was belangrijk in de ontwikkeling van die Oost-Vlaamse gemeente aan de Schelde. Ze werd al vroeg in de negentiende eeuw geïndustrialiseerd. En zelfs nog vroeger, want die industrialisatie begon in 1778 met de oprichting van de Koninklijke Buskruitfabriek aan de linker Scheldeoever. Dat ‘poer’ of buskruit is nog een begrip in de gemeente. In 1799 werd vanuit Wetteren zelfs ‘poer’ uitgevoerd naar Amerika. Ook verscheen er in 1884 een katoenweverij, waar in 1923 vierduizend weefgetouwen stonden en 2.600 mensen werkten. En in 1847 verschenen boomkwekerijen op de Boskantse heide, met later export tot in Japan. Bron van die weetjes? De ‘Gids voor Vlaanderen – Toeristische en culturele gids van de Vlaamse gemeenten’ (hoofdredactie Omer Vandeputte in samenwerking met het Verbond voor Heemkunde, en een gezamelijke realisatie van VTB-VAB, Kredietbank en Uitgeverij Lannoo in 1995). Trouwens, Wetteren heeft ook heel wat bezienswaardigheden buiten de oude dorpskern, zoals de verschillende natuurgebieden in de Scheldevallei. Maar dat is iets voor later… Vandaag tien foto’s van vorige maandag in de stationsbuurt en op de Markt.

Maandag 1 februari 2021 om 15:21 uur in de stoptrein naar Wetteren. Een ritje van amper achttien minuten. Weinig reizigers in de trein? Dat is tegenwoordig normaal. Maar voor mij is sinds maart 2020 zo goed als niets veranderd: ik reisde altijd buiten de piekuren. Een comfortabele luxe, toen en nu. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Een van de Wetterse cafés vlak bij het station. Voor de uitbraak van het coronavirus, werd die herberg pas uitgebaat door een nieuwe cafébaas. Hij begon daar in 2019. Later – in de zomer van 2020 – zag hij zijn droom in rook opgaan. Er hing toen een ‘overnamebord’, maar ook dat is weer weg. Zou er al een overnemer zijn? Dat lijkt heel onwaarschijnlijk in deze tijden. De terrasstoelen blijven achter op de stoep. Hoe lang nog? Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Wetteren was ooit wereldberoemd in België voor lekker Wetters brood. Ook in Brussel, is dat nog te koop. Een klant verlaat bakkerij Hoste in de Stationsstraat, met een brood. Eten moet een mens altijd… Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

De etalagepoppen staan al lang te wachten voor de koopjes met 50 tot 70 procent korting. Winkeliers doen alles om te overleven. Hoewel mondmaskers er niet verplicht zijn, dragen velen er toch eentje. Vaak voelen sommige mensen er zich rustiger en veiliger mee. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Ook nog in de Wetterse stationsstraat: ik sta klaar om dat bordje te fotograferen en wacht even tot twee voorbijgangers fotogeniek in beeld wandelen. Fotograferen is kijken en… soms even geduld oefenen. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Ik probeer zoveel mogelijk onopgemerkt te fotograferen. Niettemin moet ik soms een goede positie kiezen. Hier wachtte ik om ook een voorbijganger mee te fotograferen, naast de twee pratende tieners. 15:37 uur en de school was uit… Of kregen ze afstandsonderwijs met de computer en internet? De oudere dame loopt met gezichtsbedekking, ook al is het daar niet druk. Maar dat is een eigen keus. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Markt 17 is een gezellige brasserie met lekkere koffie aan de Markt van Wetteren. Meteen zie ik klanten met een bekertje. Ze blijven er staan, ook op afstand van elkaar. Al mag dat ter plekke drinken volgens die coronaregels niet. Sommige gewoontes zijn hardnekkig, ook al is het een heel tijdelijk verschijnsel. Tijdelijk voor onbepaalde duur. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Een deur van de indrukwekkende en hoge neogotische Sint-Gertrudiskerk van 1866 staat open. Nee, ik ga toch niet kijken. Dat is voor een andere keer. Ook een voetganger met gezichtsmasker stapt voorbij. ‘Blijf verbonden’, staat op de affiche van Kerk & Leven. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Maandag 1 februari 2021: 15:44 uur. Een meisje op haar step voor het ontzagwekkend oud gemeentehuis dat de indruk wekt dat Wetteren eigenlijk een heel bijzondere woonstad is. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Na nog geen uur fotograferen en een kort winkelbezoek, sta ik weer op perron 2 van het station van Wetteren. Plots voel ik wat motregen. Niettemin vereeuwig ik nog deze scène. Drie tienermeisjes schuilen in een van de fietshokken. Ze schateren en tateren, schetteren en giechelen, en eten chips. Een van de drie, vond dat zelfs veel te luid. ‘Is het voor het hele perron?’ Maar goed, straks komt de trein aan. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Kijken en zien: wat is de zin van het gewone?

Uit het weekblad De Serrist van donderdag 28 januari 2021

Stel u voor dat mensen geen gewoontes hadden. Ze zouden over de eenvoudigste handelingen moeten nadenken zonder een stap vooruit te geraken. Maar bij veel wat mensen doen, moeten ze niet eerst van naaldje tot draadje beslissen wat ze zullen doen, waarom, hoe, wanneer, enzovoorts. Gewoontes ondersteunen dus het dagelijkse gedrag. Sommigen beweren nochtans dat gewoontes hinderlijk zijn: ‘…ze houden ons van het ware leven af’ schreef Wilhelm Schmid in ‘De kunst van het evenwicht’. In dat boek verzamelde de Duitse filosoof ‘100 facetten van levenskunst’ (Ambo/Amsterdam, 2005). Nee, dat zijn geen verhalen van een zweverige woordacrobaat. De denker schrijft helder en heel concreet. Zijn boek is een staalkaart van de praktijk van levenskunst in het alledaagse bestaan.

In het eerste stuk van zijn succesvol boek, stelt Schmid gewoontes eerst ter discussie. ‘Gewoontes zijn van gisteren’, merkt hij op: ‘…dat is hun aard; ze zijn star, terwijl in de moderniteit alleen flexibiliteit en toekomst tellen’. Hij wilde graag eens een dag doorbrengen zonder gewoontes. Op een zondag deed hij daarom een experiment. ‘Eindelijk eens absoluut modern zijn, dacht ik, weg met de platgetreden paden, vanaf nu is alles altijd nieuw, elke dag weer.’ Van die zondag, maakte hij ‘de eerste dag van de nieuwe tijd’. ‘Vanaf het moment dat ik wakker werd, wilde ik over alles opnieuw een beslissing nemen.’ Maar dat verliep niet zo vlot. ‘Ik bleef maar nadenken: moet ik opstaan, waarom, waarvoor, welk been eerst, wanneer, en wat dan?’ En dat bleef maar doorgaan. ‘Om kort te gaan, ik kwam geen steek verder en moest me overgeven. En precies daaruit blijkt de triomf van de filosofie, die altijd de vraag stelt wat iets nu eigenlijk is. Nu weet ik dat gewoonte in wezen een ontlasting vormt van beslissingen die anders meteen genomen worden. Alleen omdat een groot deel van het leven vanzelf voortgaat, zonder dat je erover na hoeft te denken, komen er krachten beschikbaar om je intensiever met het ongewone te kunnen bezighouden. Dat is de zin van het gewone.’

Maar dat is nog niet alles, merkt Schmid op. ‘Het echte wonen is een wonen in gewoontes. Gewoontes zijn onmisbaar voor het inrichten van je leven.’ Tot slot benadrukt hij: ‘We moeten onze gewoontes in alle opzichten dankbaar zijn, want we danken er ons leven aan’. Schmids boekje plukte Jean-Pierre Dubois uit zijn boekenkast, omdat hij vorige week vrijdag met de trein op fotoreportage was gegaan. Het was de enige zonnige dag van de week en hij dacht daarna na over de oude en de nieuwe gewoontes die hij had vastgelegd. ‘…alles is gewoonte, alles is problematisch’, merkte Wilhelm Schmid op. Al zijn er altijd veel pastel- of grijstinten. Ook nu. Niet alles is wat het op het eerste gezicht lijkt te zijn. Soms is het daarom goed even langer na te denken, als een geoefend denker. Dat is niet absurd of onzinnig.

Deze foto maakte ik vrijdag 22 januari 2021 om 15:02 uur. Voor de hoofdingang van Gent-Sint-Pieters staat een man eenzaam te zingen. Luidkeels… maar met een mondkapje. Niets aan de hand, dus. Geen bedel- of straatmuzikant, maar gewoon iemand die in zijn eentje zichzelf en anderen wil opvrolijken. Leven en laten leven? Dat is de kunst. Maar tegenwoordig kijken sommige voorbijgangers toch raar op als iets – volgens hen – niet past bij de ‘nieuwe gewoontes’. ’s Avonds rond 19.00 uur, kom ik weer uit het station, na mijn korte fotoreportage. In de duistere verte, hoor ik weer een man zingen. Zou het dezelfde zanger zijn? Even aarzel ik. Ja, vermoedelijk stond hij er uren. Hoewel… Dat weet ik niet zeker. Anders gezegd: ook in deze tijden is een haastig oordeel zelden goed. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Ziet u die heldere vlek, links op mijn foto? De zanger staat voor dat zonlicht te kwelen. Ik probeer tegenwoordig heel onopvallend te fotograferen. Maar soms valt dat toch op. Alleen de zanger heeft me nooit gezien, denk ik. Maar misschien zag hij wel meer dan we beseffen. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Waar kon ik eens naartoe gaan? In mijn station staat de dieseltrein Gent-Geraardsbergen warm te draaien. Met de trein naar Zottegem of Geraardsbergen? Heerlijk! Toch een mooi tochtje door een stuk van de Vlaamse Ardennen. Uiteindelijk sta ik om 15:42 uur op een perron van het station van Zottegem. Zal ik dat stadje bezoeken? Ik aarzel. Wat zal ik er zien? Wat kan ik fotograferen? Meteen zie ik twee reizigers rustig wachten. Meteen toch een gewoon beeld. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Een minuut later zie ik vier reizigers in de tunnel onder de Zottegemse treinsporen. Een ouder koppel stapt voorbij en twee werkmakkers bekijken de gele spoorwegtabellen. ‘Wanneer komt die trein aan?’ Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Enkele zinnen uit een stukje proza, wekken de aandacht. Toch bij mij… Ik lees: ‘en gelijk sardientses noar d’huufdstad van den Belzique’. En ik zou nu kunnen vertellen over hoe lang Zottegem al een stad van forenzen is, die naar de steenkoolmijnen, naar de fabrieken en later naar de kantoren pendelden. Maar dat is misschien toch voor een andere keer. Die Zottegemse onderdoorgang, leidt naar de perrons, naar het stationnetje en naar het licht. Er is altijd een uitgang… Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Een zin die verder of eerder op de wand staat, maar ik merkte ze pas later op. Dat stoort niet. De kloeke zin heeft ook zo alleen wel betekenis: ‘treintse stond te wacht’n mee ijsblommekes’. Waar is de tijd dat een rijtuig in de winter altijd te koud of te warm was? Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Vrijdag en net voor 16:00 uur: einde van de schooltijd. Alledaagse drukte die velen kan afschrikken. Voor het station, waar anders de cafés al stampvol zitten. De scholieren staan meestal in groepjes van vier. Het tijdelijke ‘nieuwe normaal’ met allerlei regels en absurditeiten in gewone of ongewone omstandigheden. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Ook nog op perron 1: de twee werkmakkers die nog even de gratis stationskrant Metro lezen voor hun trein aankomt. Sommige gewoontes veranderen niet. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Vrijdag 16:07 uur: ik sta op perron 1 en zie de busperrons naast het station van Zottegem. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Vrijdag 16:07 uur: veel wachtende scholieren op perron 1. Dit beeld maakt sommige mensen al onrustig. Toch doen die treinreizigers niets dat fout of verboden is. Ik aarzel en denk na. Zal ik weer naar Gent reizen? Straks is het toch donker. Ik kijk naar de wachtenden op perron 1. Best veel. Toch maar naar Oudenaarde? Nee, dat duurt te lang. Dan maar naar Denderleeuw en daar met een stoptrein terug naar Gent? Oké, dat doe ik… Een ritje van iets meer dan een kwartier. Niet ver, dus. Nieuwe gewoontes, lokken uit dat een mens toch al eens extra nadenkt. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Nog eens op perron 1: alleen zitten, per twee staan, of in groepjes. Het zal nooit voor iedereen goed zijn. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Net aangekomen met een bijna lege trein in het station van Denderleeuw: ik zie en vereeuwig een perrongesprek tussen een treinbegeleidster en twee reizigers. Mooi en keurig toch? Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Denderleeuw, net voor de aankomst van mijn trein van 17:09 uur naar Gent-Sint-Pieters. Stationspersoneel staat klaar om een minder mobiele reiziger op de trein te helpen. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.




Kijken en zien: buitengewoon, onalledaags of verrassend anders?

Uit het weekblad De Serrist van donderdag 21 januari 2021

Al bijna een jaar werd veel raar, bizar, ongebruikelijk of merkwaardig. Vreemd en ongewoon. Is dat ook zo anders voor een fotograaf die al bijna een jaar in ongekende omstandigheden op stap ging? Jean-Pierre Dubois koos acht foto’s van 2020, om even bij stil te staan of te mijmeren.

Donderdag 22 oktober 2020: treinreizigers komen aan in Oostende. Anderen stappen naar de aangekomen trein om meteen landinwaarts te reizen. Een reizigster die stadinwaarts wandelt, draagt een bloementuil mee. Iedereen heeft een eigen verhaal. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Winkelbezoek in deze ongewone tijden? Sommigen gaan zo weinig mogelijk winkelen en kopen hun voeding ineens voor een hele week. Anderen veranderden hun gewoonten bijna niet. Een beeld van donderdag 22 oktober 2020 in Oostende. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Donderdag 22 oktober 2020 was een heel zonnige dag. Op de dijk van Oostende en elders. Toch even samen foto’s uit andere tijden bekijken? Wie zal het zeggen? Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Zondag 3 mei 2020 in Brussel: oog hebben voor het uitstalraam van gesloten winkels. Het onbereikbare trekt aan en spreekt tot de verbeelding. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Zaterdag 2 mei 2020 in Verviers: op de vloer achter de glazen deur van het vakbondslokaal, liggen heel veel blauwe werkloosheidsformulieren. Sinds maart 2020 leven velen voort met inkomensverlies of een vervangingsinkomen. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Donderdag 10 september 2020: een dakloze man, slapend op een rotsblok voor het Hallepoortmuseum in Brussel. Het waren én zijn heel harde tijden voor mensen die buiten overleven. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Zaterdag 17 oktober 2020: het leven door een treinraam. Het was in Gent-Sint-Pieters… maar het kon overal zijn. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Zaterdag 10 oktober 2020: geduldig wachten voor een zebrapad in Gent. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Kijken en zien: zich iets herinneren is vaak meer dan terughalen, nog weten of in gedachte hebben…

Uit het weekblad De Serrist van donderdag 14 januari 2021

Veel mensen willen het voorbije jaar het liefst helemaal vergeten. Alsof ze alles kunnen uitwissen of overslaan. Maar, zo werkt ons geheugen niet. Veel zal vervagen, maar niet alles. Bovendien krijgen we door allerlei feiten en gevolgen als vanzelf te maken met het verleden. In onze informatiesamenleving wordt de bevolking ook voortdurend geconfronteerd met een eindeloze stroom van foto’s, videobeelden, nieuws… en nog veel meer. Een informatiesamenleving is immers een samenleving waarin de aanmaak of creatie, de verspreiding en distributie, het gebruik, de inkapseling of integratie en manipulatie van informatie een belangrijke economische, politieke en culturele activiteit is. In een informatiesamenleving wordt informatie zelfs gezien als de belangrijkste ‘grondstof’: de productiefactor die het mogelijk maakt een product te maken en te verkopen, naast de klassiekers arbeid en kapitaal. Ondernemersactiviteit zien sommige experts als een afzonderlijke productiefactor.

Nee, dit is geen les economie. Maar enkele zinnige bedenkingen over de voortdurende productie van bijvoorbeeld foto’s over de huidige actualiteit in de breedste betekenis van het woord. Nog iets om over na te denken? Met foto’s kan je verschillende verhalen vertellen, en zelfs andere histories bijsturen… of naar de grijze achtergrond duwen en verzwijgen of laten vergeten. Dat weten we door de geschiedenis van de twintigste eeuw. Iedereen maakt echter ook eigen herinneringen aan. Vaak zijn dat prangende beelden of iets dat scherp in het geheugen blijft. Kortom, ook wat Jean-Pierre Dubois de voorbije tien maanden kon fotograferen, stemt niet per se overeen met wat anderen op hetzelfde ogenblik hebben gezien. Dat is nogal logisch of vanzelfsprekend. Niettemin koos hij deze week negen foto’s van 2020, omdat ze hem bijblijven en u ook kunnen boeien.

Ik heb oog voor treinbegeleiders, zeker nu ze een gloednieuw uniform dragen. Ze lopen er toch fier bij, zoals alle overige personeelsleden van de NMBS, die sinds eind 2020 in het nieuw steken. Mooie kleren maken het verschil en motiveren de werknemers om ook nu elke dag het beste van zichzelf te geven. Dat is mijn indruk. Maar misschien let u vooral op de opvallende leren stadsschoenen van die man? Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Woensdag 22 juli 2020 stond ik even te wachten voor de deur van het Hortamuseum in Sint-Gillis (Brussel). Het was toen nog maar mijn derde afspraak voor een vraaggesprek in heel 2020. Er zouden daarna geen gesprekken ‘in levenden lijve’ meer bijkomen. In normale omstandigheden, voor de virusuitbraak, had ik in de zomer al tientallen mensen ontmoet tijdens reportages of bezoeken van nieuwe tentoonstellingen en musea. Ik had daar – voor dat monumentaal werelderfgoed – een afspraak waarover ik nog een groot stuk zal publiceren. Dat raakte uitgesteld door de werkomstandigheden en de sluiting van alle musea. Nu zijn ze alweer een tijd open. Een bezoek kan heel aangenaam en veilig verlopen. Ook in juli was dat goed te zien. Maar in de Amerikaansestraat waar architect Victor Horta lang leefde en werkte, had ik toch eerst vooral oog voor de wachtende bezoekers op de stoep. Toch een ongewoon beeld dat we niet zomaar zullen vergeten? Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

In dezelfde Amerikaansestraat waren verhuizers bezig met het uitladen van de huisraad van nieuwe bewoners. Het leven ging voort, en verhuizen kon zelden uitgesteld worden. Normaal had ik er niet zo op gelet, maar op 22 juli 2020 was die verhuis toch even een ongewoon spektakel. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

‘Weet je nog hoe we toen verhuisden’, zullen die mensen ooit aan elkaar vragen als corona helemaal verleden tijd zal zijn. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Ook een eenvoudige kruidenierswinkel, werd woensdag 22 juli 2020 toch even een kijkstuk door de uitgestalde groenten en het fruit. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

In Sint-Gillis (Brussel) zag ik wel meer van die buurtwinkeltjes. In normale omstandigheden, had ik ze wellicht niet zo kleurig gevonden. Toen waren ze kenmerkend geworden voor het leven in die buurt. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Toch een zonnig en kleurig tafereel na mijn museumbezoek van 22 juli 2020, terug op weg naar het station Brussel-Zuid. Eerder liet ik al een foto uit dezelfde reportage verschijnen. Nu toon ik nog een beeld vanop een ander standpunt. Kleurig betekent ook: wat je in de geest voor je ziet. In een abnormale zomer, was dit voor mij een onvergetelijke scène, ook al was er altijd het besef dat niets nog gewoon was of gewoon leek te zijn. Mensen maakten er het beste van. Het leven leek zelfs even vertraagd, en rustiger… Al is dat ook maar een indruk, natuurlijk. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Treinreizen? Zoveel reizigers zijn er meestal niet. Zeker niet op Nieuwjaar. Vrijdag 1 januari 2021 trokken al veel studenten naar hun kot, waar ze nu hun examens voorbereiden. Hier een beeld van een perron in Kortrijk, na aankomst van de trein uit Gent-Sint-Pieters, die daarna naar Poperinge reed. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Toevallig botste ik zaterdag 17 oktober 2020 op deze voorbijrijdende renners in Lokeren. Ik was toen op weg naar het rusthuis van mijn 98-jarige doopmeter. Maar ik bleef toch even fotograferen. Het was een heel belangrijke wielerwedstrijd. Dat las ik later in een krant. Maar wat mij bijblijft waren de heel ongewone omstandigheden voor de renners en de toeschouwers op de stoep. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Kijken en zien: een nieuw jaar, een nieuw begin…

Uit het weekblad De Serrist van donderdag 7 januari 2021

Elk jaar blikken mensen terug op het voorbije jaar. Maar nu willen ze eerst en vooral vooruitkijken. Iedereen hoopt dat 2021 weer een echt goed jaar wordt. ‘Hoop doet leven’, luidt het spreekwoord. Met andere woorden: als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch weer levenslust. Zo lang je nog hoop hebt, zijn er ook nog mogelijkheden. De ene mens is natuurlijk de andere niet. Maar toch… Sinds half maart 2020, leeft de bevolking met veel regels en verplichtingen. Vrijheidsbeperkingen en voorzorgsmaatregelen, die aanvoelen als een dwangbuis. Het publieke leven ligt zo goed als stil en wat overblijft is een hindernissenparcours geworden. De meeste mensen maken er het beste van. Vrijdag 1 januari, werd een heel ongewone nieuwjaarsdag. Op Nieuwjaar gingen velen toch wandelen. Zoals in Kortrijk, waar Jean-Pierre Dubois een uurtje kon fotograferen.

Ook in het treinstation van Kortrijk, moet de reiziger een parcours volgen om naar het loket te stappen. Deze jongeman volgde die uitgestippelde weg zelfs toen niemand voor hem in de rij stond. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Wachten op een trein, in de hal van het station van Kortrijk. De ene mens leest rustig een tijdschrift of een boek, en de andere rust en kijkt naar alles wat leeft en beweegt. ‘De beste vriend die je kunt hebben in moeilijke tijden, zijn je eigen positieve gevoelens’, luidt een wijs spreekwoord. Maar ook geduld loont. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Nieuwjaarsdag in de late namiddag, kort voor zonsondergang? Een goed tijdstip om een frisse neus te halen. Een passend gezegde: ‘Luister naar je leven. Elk moment heeft je iets te vertellen.’ Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

De late zonnestralen zetten de Broeltorens in een gouden gloed. Die torens zijn een overblijfsel van de middeleeuwse stadsomwalling van Kortrijk. De kaden langs de Leie werden gedeeltelijk heraangelegd als verlaagde wandelwegen. Ideaal als promenade voor de eerste dag van het jaar. Nog een wijze spreuk: ‘De dagen die voorbij zijn, komen niet terug. Gebruik elk moment.’ Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.





Kijken en zien: vier keer anders, vier keer veerkracht

Uit het weekblad De Serrist van woensdag 30 december 2020

Als journalist en fotograaf, moet je altijd nuchter en helder kunnen blijven kijken, beschrijven en vastleggen wat je ziet en hoort. Ook als je door de bizarre toestanden zelf middenin het onderwerp bent terechtgekomen. Willens nillens houd je afstand en blijf je bezig. Zelfs met nog meer zin en gedrevenheid dan voorheen. ‘Jij bent nu onze ogen en oren’, schreef een lezer naar Jean-Pierre Dubois, kort nadat hij met deze stukjes begon. Soms werden het afleveringen met heel gewone foto’s van ongewone leefomstandigheden. Vaak gaven ze ook een beeld van hoe onze verslaggever met beide voeten op de grond staat. Niet te fel maar ook nooit somber of zwaarmoedig. Inderdaad, ook voor hem is het glas altijd halfvol. Ook en vooral in 2021.

In foto’s kan iedereen iets anders zien, gelooft de fotograaf. Wie aandachtig leest en kijkt, zal soms zelfs iets over zichzelf en de anderen ontdekken. Zo kort voor Nieuwjaar, koos onze fotograaf slechts vier van zijn foto’s van het voorbije jaar. In feite gaat het om vier keer een uniek beeld van menselijke veerkracht in een jaar dat het woord een wel heel eigen betekenis heeft gekregen. In het woordenboek staat naast veerkracht: ‘kracht van lichaam en geest om zich snel te herstellen’.

Dit is een foto uit een reeks van drie foto’s vanop hetzelfde standpunt. Waar? Dat speelt nu geen rol, het kon dit voorjaar in maart overal zijn. Ik wachtte voor deze foto tot dame en heer harmonisch in beeld stonden. Vooraan: de dame op de stoep. Achteraan: de groenwerker in het parkje. Samen en toch alleen. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Ook een foto van maart. Evenwichtig balanceren of gewoon proberen voort te leven? Alleszins een oefening. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

In maart was geduldig wachten nog iets anders dan enkele maanden later. In 2021 zal het normale leven terugkomen. Dat hoopt iedereen. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.

Een straatveger in Brussel, kort voor het einde van de eerste landelijke binnenblijfactie of lockdown. Blijven voortwerken om te kunnen voortleven. Foto: copyright Jean-Pierre Dubois.